dinsdag 20 juni 2017

Ottilie Metzger (Parlophon, 1911)


Ottilie Metzger (Frankfurt am Main, 15.06 of 07.1878 - Auschwitz, febr. 1943) Duitse Joodse alt en zanglerares. 
1895: Werd toegelaten tot het Stern's Conservatorium, Berlijn. Had zangles van Selma Nicklass-Kempner (1850-1928) en acteerlessen van Emanuel Reicher (1849-1924).
1898: debuut in Halle als page in "Lohengrin"
1900-1903: Keulen Opernhaus
1901, 1902, 1904, 1912: Bayreuth
1902-1908: huwelijk met schrijver Clemens Froitzheim.
1903-1915: Stadttheater Hamburg. Stond met Enrico Caruso en Lotte Lehmann op het podium. Zong in de premières van Bruder Lustig (Siegfried Wagner, 1905), Versiegelt (Leo Blech, 1908) en Izyel (Eugen d'Albert, 1909).
Zong verder o.m. in Berlijn, Wenen, St. Petersburg, Praag, Zürich, Amsterdam (1916), Den Haag, Brussel (912-1913), München, Leipzig, Düsseldorf, Oslo (1920), Budapest, Londen, Barcelona (1921)
1910: zong in wereldpremière van de 8e symfonie van Gustav Mahler in München
1910-1926: 2e huwelijk met bas-bariton Theodor Lattermann (29.07.1880 - 04.03.1926). Vanaf haar huwelijk trad ze op als Ottilie Metzger-Lattermann.
1911: haar dochter Susanne werd geboren. Zij werd ook zangeres (Susanne Fischer-Lattermann).
1914: tournee met Theodor Lattermann door Amerika
1918-1921: Staatsoper Dresden


Advertentie 1916

1922-1924: tournee met Leo Blech's operagezelschap door Amerika, met o.a. Meta Seinemeyer, Friedrich Schorr en Alexander Kipnis.
Eind jaren '20 maakte ze deel uit van Johanna Gadski's operagezelschap in Amerika. Ging daarna terug naar Duitsland.

Ottilie Metzger had ook een grote naam als liederenzangeres. Liet zich o.a. begeleiden door Richard Strauss, Hans Pfitzner en Otto Klemperer, met hun eigen composities.
1927: begon met lesgeven aan het Stern's Conservatorium, Berlijn, o.a. aan Frieda Hempel.
1933: gaf haar laatste officiële concerten o.l.v. Bruno Walter (Berlijn) en Otto Klemperer (Dresden).
1935-1937: ze gaf nog enkele concerten voor de Jüdischer Kulturbund in Berlijn, Frankfurt am Main en Wuppertal.
1939: vluchtte naar Brussel, waar haar dochter zich al gevestigd had, en gaf daar zangles.
1943: zij (en haar dochter?) zijn omgekomen in het concentratiekamp Auschwitz.

Ottilie Metzger heeft ca. 119 plaatkanten opgenomen die zijn uitgebracht op de labels G&T (4, Bayreuth, 1904), Odeon (40, 1906-1908, Berlijn), Gramophone (31, 1908-1911, Berlijn), Edison (4, 1911-1912, Berlijn), Parlophon (23, 1911-1913, Berlijn), Pathé (10, 1912, Berlijn) en Columbia (2, New York, 1914).



1  Kienzl - "Der Evangelimann": O schöne Jugendtage    3:04
2  Bach-Gounod: Ave Maria    3:22
    Ottilie Metzger, alt
78t 30 cm: Parlophon P.270-I/II   2-614 / 2-1050
Opname 1911

Download mp3

woensdag 14 juni 2017

Rosa en Carmela Ponselle (Columbia, 1918-1919)

Ponzilla Sisters

Rosa Ponselle (22.01.1897 - 25.05.1981), eigenlijke naam Rosa Ponzillo.  Amerikaanse sopraan. Haar ouders waren immiganten uit Caiazzo, Italië. 
1915-1918: Zong samen met haar oudste zuster Carmela Ponselle (07.06.1887 - 13.06.1977) bij het Keith Vaudeville Circuit als The Ponzillo Sisters. Via de zangleraar William Thorne en audities bij de bariton Victor Maurel en tenor Enrico Caruso werd een auditie geregeld bij de manager van de Metropolitan, Giulio Gatti-Casazza, die haar meteen  voor het seizoen 1918-1919 vastlegde.
1918-1937: zong in de Metropolitan. Zeer succesvol debuut op 15 november 1918 als Leonora (La forza del destino) met Enrico Caruso. 
1929-1931: Gastrollen in Royal Opera House, Covent Garden
1933: enige optreden in Italië op het festival Maggio Musicale Fiorentino in Florence,  als Giulia (La vestale). 
1936-1949: huwelijk met Carle Jackson.

Een van de mooiste sopranen van de vorige eeuw. Van de sopraan Geraldine Farrar komen de volgende quotes: 
"When discussing singers, there are two you must first set aside: Rosa Ponselle and Enrico Caruso. Then you may begin."
"When you hear the voice of Rosa Ponselle, you hear a fountain of melody blessed by the Lord".
We kunnen haar zien zingen! Op Youtube vind ik een Hollywood filmtest uit 1936, waarin ze 2 aria's uit Carmen zingt en we haar ook kort even horen praten.


Carmela Ponselle, 1933

In 1925 maakte Carmela haar debuut bij het Metropolitan Opera Company als Amneris in "Aida." Daar zong ze ook grote rollen als Laura in "La Gioconda" (ook met Rosa in de cast), de vrouwelijke hoofdrol in "Samson en Delilah" en "Carmen." Carmela Ponselle trad in 1935 terug en zong in april 1951 voor het laatst voor publiek, toen ze op 63-jarige leeftijd een aria van Verdi's "Don Carlos" zong in Madison Square Garden op een benefietconcert voor blinden. Ze zette zich in voor armen en gehandicapten.



1  Jacques Offenbach - "Contes d'Hoffmann": Barcarolle    3:04
    Rosa Ponselle, sopraan; Carmela Ponselle, mezzo-sopraan
    78t 25 cm: Columbia 78846
    Opname 1919

2  Paolo Tosti: Good-bye    4:12
    Rosa Ponselle, sopraan
    78t 30 cm: Columbia 49560
    Opname 1918



Download mp3

woensdag 7 juni 2017

Nancy Evans, alt: Brahms (Decca, 1937)


Nancy Evans (Liverpool, 19.03.1915 - Aldeburgh, 20.08.2000): Engelse alt. Studeerde bij John Tobin en later bij Maggie Teyte en Eva de Reusz.
1933: debuut in Liverpool
1935: zong in de eerste opname op 78 toeren van Dido and Aeneas (Purcell) voor Decca.
1938: zong in The rose of Persia (Arthur Sullivan) in Londen, Prince's Theatre
1941-1948: huwelijk met Walter Legge
Na de oorlog maakte ze deel uit van de door Benjamin Britten gevormde English Opera Group.
1946: Glyndebourne The rape of Lucretia (afwisselend met Kathleen Ferrier)
1947: creëerde de rol van Nancy in Albert Herring (Britten), die Britten voor haar schreef. Ook schreef hij de liederencyclus A charm of lullabies op.41 voor haar, die ze in 1948 in Den Haag (met Felix de Nobel piano) ten doop hield.
1948: zong Polly in The beggar's opera (Britten). Ook actief in het Aldeburgh Festival dat in 1948 door Britten, Pears en Crozier werd opgericht.
1949-1994: 2e huwelijk met Eric Crozier (1914-1994)
Tussen 1934 en 1967 maakte ze meer dan 300 radio-opnamen voor de BBC.
1973-1990: gaf les aan de Britten-Pears School of Advanced Musical Studies.

Myers Foggin (23.12.1908 - 1986): Engels pianist en dirigent. 
1927-1932: studeerde aan Royal Academy of Music, o.a. bij componist York Bowen
1936-1949: professor piano aan Royal Academy of Music
1936-1949: dirigent van People's Palace Choral Society
1946-1965: warden van de Royal Academy of Music
1946-1949: muziekdirecteur van Toynbee Hall
1948-1965: director of Opera
1957-1973: dirigent Croydon Philharmonic Society
Hij is als pianist te horen op een aantal Decca-opnamen, w.o. Brahms klarinetsonate met Frederick Thurston (Decca, 1937)



1  Johannes Brahms: Zigeunerlieder op.103    11:44
    1  He! Zigeuner
    2  Hochgestürmte Rimafluth
    3  Wisst ihr wann mein Kindchen
    4  Lieber Gott, Du weisst
    5  Brauner Bürsche führt zum Tanze
    6  Röslein drei
    7  Kommt dir manchmal in den Sinn
    8  Rothe Abendwolken
    Opname 08-03-1937

2  Johannes Brahms: Die Nachtigall    2:33
    Opname 06-04-1937

Nancy Evalt, alt
Myers Foggin, piano
78t 30 cm: Decca G-25719-20
TA 2893-2; 2894-2; 2895-2; 2896-3

Download mp3

dinsdag 30 mei 2017

Charles Münch: Honegger - La danse des morts (VSM, 1941)


Charles Münch (Strassbourg, 26.09.1891 - Richmond, Virginia, 06.11.1968): in de Elzas (Duitse deel, na 1919 Frans) geboren dirigent en violist. Broer van dirigent Fritz Münch, neef van dirigent en componist Hans Münch. Zijn vader was organist en koordirigent Ernst Münch (1859-1928). Studeerde viool bij Carl Flesch (Berlijn) en Lucien Capet (Parijs). Vocht in het Duitse leger tijdens de eerste wereldoorlog,  overleefde een gifgas-aanval in Péronne en werd gewond in Verdun. 
1920: aanstelling als viooldocent aan het conservatorium van Strassbourg.
1926-1933: Was concertmeester onder Hermann Abendroth, Wilhelm Furtwängler en Bruno Walter. Debuut als dirigent in 1932. Daarna bij veel Franse orkesten gedirigeerd, o.a.:
1935-1938: dirigent van Société Philharmonique de Paris, daarna directeur;
1937-1946: Orchestre de la Société des Concerts du Conservatoire
1937-1945: gaf directie aan het Conservatoire de Paris
1949-1962: dirigent van Boston Symphony Orchestra
1951-1962: directeur van Tanglewood Music Festival
Münch was pleitbezorger van eigentijdse Franse muziek. Bevriend met o.a. Arthur Honegger, Albert Roussel, Francis Poulenc en Florent Schmidt.
1954: zijn boek "Je suis chef d'orchestre" werd uitgebracht in Frankrijk.



Jean-Louis Barrault (Le Vésinet, 08-09-1910 - Parijs, 22.01.1994): Franse acteur, regisseur en mime-artiest. Debuteerde in 1931. Speelde in bijna 50 films. Bekendste rol: mimespeler Baptiste in Les enfants du Paradis (Marcel Carné, 1945), een van mijn favoriete films aller tijden.

Het libretto van La danse des morts is geschreven door Paul Claudel (1868-1955), jongere broer van de beeldhouwster Camille Claudel (1864-1943). 



Arthur Honegger - La danse des morts (oratorium) (1938):
Dialogue 
Danse des morts 
Lamento
Sanglots
La reponse de Dieu
Espérence dans la Croix
Affirmation

Jean-Louis Barrault, récitant
Odette Turba-Rabier, sopraan
Eliette Schenneberg, mezzo-sopraan
Charles Panzéra, bariton
André Pascal, viool
Chorale Yvonne Gouverné
Orchestre de la Société des Concerts du Conservatoire
Charles Münch, dirigent

la Voix de Son Maître DB 5136-8
2LA.3482-2; 3484-1; 3481-2; 3480-2; 3479-1; 3483-1
Opname 27+28 - 03 - 1941
Totale tijd:   26:08

Download mp3

donderdag 25 mei 2017

Friedrich Schorr 2: Wagner (HMV, 1929-1931)


Friedrich Schorr (Oradea, 02.09.1888 - Farmington, 14.08.1953): Oostenrijks-Hongaarse bas-bariton van Joodse afkomst. Een van de grootste Wagner- bas-baritonnen van de 20ste eeuw. Studeerde in Wenen.
1912-1916: Graz
1916-1918: Praag
1918-1923: Keulen
1923-1931: Staatsoper Unter den Linden, Berlijn
1924-1931: Covent Garden, Londen
1924-1943: Metropolitan New York
1925-1933: Bayreuth Festival
1931: Schorr emigreerde naar de Verenigde Staten.



Richard Wagner - "Die Meistersinger von Nürnberg":

1   Wahn Monolog    6:37
     Friedrich Schorr, bar.
     Orkest Staatsoper, Berlijn o.l.v. Leo Blech
     HMV D 1734  (2-042072/3)    CLR 5397-2/5398-1
     Opname Berlijn, 21-05-1929
   
2   Aha! Da streicht die Lene schon um's Haus    3:23
     Friedrich Schorr, bariton
     London Symphony Orchestra o.l.v. Albert Coates
     HMV D 2002   (32-1501)   CR 2495
     Opname Londen, 10-05-1930

3  Selig, wie die Sonne meines Glückes lacht    4:44
     Elisabeth Schumann, sopraan; 
     Lauritz Melchior, tenor;
     Friedrich Schorr, bariton;
     Gladys Parr, mezzo-sopraan;
     Ben Williams, tenor
     London Symphony Orchestra o.l.v. John Barbirolli
     HMV D 2002   (32-2225)   2B 543-3A
     Opname Londen, 16-05-1931

Download mp3

zaterdag 20 mei 2017

Clara Butt 5: Columbia


Een vijfde post alweer met dit keer 2 Columbia 78t.platen van de legendarische Engelse alt Clara Butt.

Clara Butt (01.02.1872 - 23.01.1936): Engelse alt. Studeerde aan het Royal College of Music, daarna in Parijs bij Jacques Bouhy (1848-1929), leraar van Louise Homer en Louise Kirkby-Lunn. Studeerde daarna in Berlijn bij de sopraan Etelka Gerster (1855-1920). 
Debuut in Londen december 1892 met de cantate The Golden Legend van Sullivan. 
Grote carrière in Engeland als oratorium- en liedzangeres. Ze had overigens drie zussen die ook zangeres werden. Ze was een imposante verschijning, 1:88 meter lang.
Elgar componeerde zijn cyclus Sea pictures met Clara Butt in gedachten en zij zong de première op 5 oktober 1899 met Elgar zelf als dirigent. 
Ze heeft gezongen voor Koningin Victoria, Koning Edward VII en Koning George V. 
Werd "Dame" in 1920. 
Ze trouwde in 1900 met Kennerly Rumford (1870-1957), een bariton. Ze kregen 2 zonen en 1 dochter. De oudste zoon stierf aan hersenvliesontsteking, de jongste zoon pleegde zelfmoord. Zelf kreeg ze kanker, maakte haar laatste platen zittend in een rolstoel. 
Ze was diep gelovig, zoals ook uit haar repertoirekeuze blijkt.

Clara Butt maakte veel opnamen, 1 Berliner in 1899, daarna HMV (1909-1915), en Columbia (1915-1921; 1926-1927, 1929-1931). Deze opnamen komen dus vermoedelijk uit de periode 1915-1921.
Een fascinerende stem! Opvallend sterk in de lage noten. Haar repertoirekeuze is soms van een smartlap-niveau, maar ik heb een zwak voor haar - we voelen via haar een glimp van de grandeur van het British Empire in de 19e eeuw. 



1  The promise of life (Frederic H. Cowen; Clifton Bingham, tekst)    4:22
    + piano en orgel
    78t 30 cm: Columbia 7105   (6542)

2  Sir Edward Elgar: Land of hope and glory    3:25
    + koor en orkest
    78t 30 cm: Columbia 7156   (75929)

 Download mp3

zondag 14 mei 2017

Hans Hotter: Wagner, Verdi (DGG, 1943)

Hans Hotter

Hans Hotter (Offenbach am Main, 19.01.1909 - Grünwald, 08.12.2003): Duitse bas-bariton. Studeerde bij Matthäus Roemer in München, werkte als organist en koordigirent.
1930: operadebuut in Troppau
1931: Breslau
1932-1934: Praag
1934-1935: Hamburg
1937-1972: München. 
Na de 2e wereldoorlog grote internationale carrière, m.n. als vertolker van Wagner en R. Strauss, ook een groot liederen-zanger. 



Heinrich Hollreiser (München, 24.06.1913 - Scheffau am wilden Kaiser, 24.07.2006):
Duits dirigent. Opgeleid aan het conservatorium van München. Werkte aan de operahuizen van Wiesbaden, Darmstadt, Mannheim en Duisburg.

1942-1945: Staatsoper Bayern; Opera van Düsseldorf
1945-1951: dirigeerde bij Berliner Philharmoniker, Bamberg, Keulen, en het Hamburg Radio Symfonie-orkest.
1951-1994: dirigent orkest Wiener Staatsoper, dirigeerde meer dan 1000 optredens met dit orkest.



Hans Hotter, bariton
Bayerisches Staatsorchester o.l.v. Heinrich Hollreiser
Opname 18.05.1943

1  Richard Wagner - "Der fliegende Holländer": Die Frist ist um    8:41
    78t 30 cm: 68297-A/B   2349-2 GE5 / 2350-2 GE5
    
2  Giuseppe Verdi - "Othello": Ich glaube an einen Gott    4:16
3  Giuseppe Verdi - "Othello": Zur Nachtzeit war es    3:02
    78t 30 cm: 68298-A/B   2353-4 GE5 / 2354-4 GE5

Download mp3

zaterdag 6 mei 2017

Aulikki Rautawaara, Peter Anders: Puccini (Telefunken, 1935, 1938, 1942)


Aulikki Rautawaara (Vaasa, 02.05.1906 - Helsinki, 29.12.1990): Finse sopraan. Haar ouders hadden een muziekschool, haar vader was zanger en koordirigent, haar moeder pianiste. Zou aanvankelijk pianiste worden, maar ze verwondde haar vinger op jonge leeftijd. 
Beroemd om haar interpretaties van muziek van Grieg en Sibelius.
1922-1925: Conservatorium van Helsinki, zangles van Alexandra Ahnger
1927: debuut, daarna les bij Signe Liljeqvist (Kopenhagen)
1932-1933: Finse opera. Studeerde daarna bij Olga Eisner (Berlijn).
1935: trad op in de film Alles hört auf mein Kommando
1945: Sibelius droeg zijn compositie Hymne aan Thaïs aan haar op.
Zong in de eerste opera die op het Glyndebourne Festival werd opgevoerd in 1934 de rol van Hertogin Almaviva in Le Nozze de Figaro (Mozart) en kwam t/m 1938 regelmatig terug op dit festival.
Ook speelde ze in de jaren '30 in diverse Engelse en Duitse films.
Ze verscheen veel op Duitse en Oostenrijkse operapodia.
Haar broer was cellist Pentta Rautawaara (1911-1965), hun neef was componist Einojuhani Rautavaara (1928-2016).
Aulikki Rautawaara is drie keer getrouwd geweest: met Reino Palmroth (1928-1931), Gunnar Fredrik Aminoff (1938-1954), en componist Erik Bergman (1956-1958).

Voor Odeon heeft ze in 1930 5 plaatkanten opgenomen, w.o. 4 onder haar pseudoniem Terttu Raija, een pseudoniem dat ze gebruikte voor populaire liedjes.
Voor Telefunken heeft ze tussen 1934 en 1943 ca. 100 opnamen gemaakt, w.o. een aantal duetten met tenor Peter Anders. Daarna enkele opnamen voor de labels Rytmi (1944, 1946, 1952) en Parlophone (1948).



Peter Anders (Essen, 01.07.1908 - 10.09.1954): Duitse tenor. Studeerde aan de Musikhochschule in Berlijn, had daarna les van Lula Mysz-Gmeiner. Hij trouwde met haar dochter, de sopraan Susanne Mysz (1909-1979).
1932: Debuut in Heidelberg
Had een grote platencarrière, en zong zowel opera, operette als liederen.
Zong o.m. in Darmstadt (1933-1935), Keulen (1935-1936), Hannover (1937-1938), Bayerische Staatsoper (1938-1940), Staatsoper Berlin (1940-1948). Hij werd een favoriet van de Nazi's, werd ingezet voor propaganda en entertainment van Duitse soldaten.
Hij stierf op 46-jarige leeftijd aan de gevolgen van een auto-ongeluk.



1  Franz Lehár, bew. Viktor Hruby: Rendezvous bei Lehár    9:01
    Aulikki Rautawaara, sopraan; Peter Anders, tenor
    Berliner Philharmoniker o.l.v. Hans Schmidt-Isserstedt
    78t 30 cm: Telefunken E 1781   020419/20
    Opname Berlijn, 1935

2  Giacomo Puccini - "Madame Butterfly": Liebesduett    9:08
    Aulikki Rautawaara, sopraan; Peter Anders, tenor
    Orch. der Reichsoper, Berlin o.l.v. Hans Schmidt-Isserstedt
    78t 30 cm: Telefunken E 1853   020751/2
    Opname Berlijn, 05-04-1935

3  Giacomo Puccini - "Tosca": Mit deinen Augen    3:44
4  Georges Bizet - "Carmen": Ich seh' die Mutter dort    4:15
    Aulikki Rautawaara, sopraan; Peter Anders, tenor
    Orch. des Deutschen Opernhauses, Berlin o.l.v. Hans Schmidt-Isserstedt
    78t 30 cm: Telefunken E 2654   023088/89
    Opname Berlijn, 30-04-1938

5  Giuseppe Verdi - "Othello": Lied vom Weidenbaum    7:22
    Aulikki Rautawaara, sopraan
    Orch. des Deutschen Opernhauses, Berlin o.l.v. Walter Ludwig
    78t 30 cm: Telefunken E 3258   026390/91
    Opname Berlijn, 05-05-1942

Download mp3

vrijdag 28 april 2017

Tiana Lemnitz, Elfride Trötschel, Georgine von Milinkovic: Rosenkavalier (DGG, 1951)


DGG (1948-1949) en Telefunken (1949) vonden een methode uit om meer minuten op te kunnen nemen op één plaatkant: ca. 8 minuten i.p.v. ca. 4 minuten.
DGG had het Variable Micrograde systeem, ontwikkeld door Gerd Schöttler en Alexander Schaaf. De 78t.platen hebben op het label LVM als extra aanduiding (gewone DGG platen zonder Variable Micrograde hebben LM als toevoeging).
Telefunken had het Füllschrift systeem, ontwikkeld door Eduard Rhein (1900-1993), die er in 1949 patent op kreeg.
Het komt er bij beide systemen op neer dat de groeven bij de zachte passages veel dichter op elkaar gesneden worden. Het leidt bij beide merken tot een verbluffend goede kwaliteit, met normaal gesproken ook weinig groefruis (mits je een normale 78t. naald van 65 µm gebruikt).

In deze upload twee Variable Micrograde DGG-platen met scenes uit Der Rosenkavalier (Richard Strauss). Hele mooie uitvoering! 


Elfride Trötschel
Elfride Trötschel (Dresden, 11.12.1913 - Berlijn, 20.06.1958): Duitse sopraan. Wees vanaf haar 9e. Studeerde in Dresden, had les van Sophie Kühnau-Bernhard en Doris Winkler (koorzang) en van Paul Schöffler en Helene Jung.
1934-1950: Semper-Oper Dresden (in dienst genomen door Karl Böhm).
1936: gastrollen in Londen en Florence
1941: Salzburger Festspiele
Sinds 1949 werkte ze veel met dirigent Otto Klemperer, die haar erg bewonderde.
1950-1951: Berliner Staatsoper, daarna de Städtische Oper, West-Berlijn
Gastoptredens in Edinborough, Glyndebourne, Wenen, Napels, Lissabon, Marseille en Zürich.
1956: laatste optreden.
Ze stierf vermoedelijk aan kanker op 44-jarige leeftijd.


Georgine von Milinkovic (Praag, 07.07.1913 - München, 26.02.1986): Kroatische mezzo-sopraan. Studeeerde aan het conservatorium van Zagreb, had zangles van Marija Kostrencic (lerares van Zinka Milanov), volgde ook lessen in Wenen.
1935: debuut in Zagreb als Erda (Rheingold).
1937-1940: Stadttheater Zürich
1938: zong de rol van Gräfin Helfenstein in wereldpremière van de opera Mathis der Maler (Hindemith)
1940-1945: Bayerische Staatsoper, München
1945-1948: Staatsoper Prag
1948-1969: zong meer dan 500 optredens en 23 rollen bij de Wiener Staatsoper
1948-1968: Bayerische Staatsoper, München
Gastoptredens in Parijs (Grand Opéra), Lissabon (Teatro San Carlo), Monte Carlo, Bologna, Buenos Aires (Teatro Colón), Palermo, Londen (Covent Garden).



Tiana Lemnitz (Metz, 26.10.1897 - Berlijn, 05.02.1994): Duitse sopraan. Opgeleid aan het conservatorium van Metz en Frankfurt am Main. 
1921: debuut in Heilbronn in Undine (Lortzing). 
Daarna Aken (1922-1928), Hannover (1928-1934) en gastoptredens in Dresden (1931-1934).
1934-1957: Staatsoper Berlin
Gastoptredens in München, Wenen, Festspiele Salzburg, Londen (Covent Garden), Buenos Aires (Teatro Colón). In 1937 zong ze in Warschau met Feodor Chaliapin.
Vanaf 1933 was ze lid van de NSDAP. In 1937 benoemde Hitler haar tot Kammersängerin
Ze stond vanaf augustus 1944 op de Gottbegnadeten-Liste, wat haar vrijwaarde voor oorlogsactiviteiten.



Ferdinand Leitner (Berlijn, 04.03.1912 - Zürich, 03.06.1996): Duitse dirigent, begon als pianist. Studeerde bij Franz Schreker, Julius Prüwer, Artur Schnabel en Karl Muck.
1943-1945: dirigent Nollendorfplatz Theater Berlijn
1945-1946: Opera Hannover
1946-1947: Bayerische Staatsoper München
1947-1969: Württembergisches Staatsorchester, Stuttgart
1976-1980: Residentie Orkest, Den Haag 
Gastoptredens over de hele wereld. Hij nam op voor DGG vanaf de jaren '40.

Richard Strauss - "Der Rosenkavalier" op.59:

1  Mir ist die Ehre widerfahren    12:00
    Elfride Trötschel, sopraan
    Georgine von Milinkovic, mezzo-sopraan
    Württembergisches Staatsorchester, Stuttgart o.l.v. Ferdinand Leitner
    DGG Variable Micrograde 72139 A/B  LVM
    03032 / 03033 LKS
    Opname 12.07.1951

2  So schnell hat sie ihn gar so lieb (dialoog)    14:51
    Hab' mir 's gelobt (terzet)
    Ist ein Traum (duet)
    Tiana Lemnitz, sopraan
    Elfride Trötschel, sopraan
    Georgine von Milinkovic, mezzo-sopraan
    Württembergisches Staatsorchester, Stuttgart o.l.v. Ferdinand Leitner
    DGG Variable Micrograde 72121 A/B  LVM
    02963 LKS 2 / 02964 LKS
    Opname 09.10.1951

Download mp3

donderdag 13 april 2017

Géori Boué: Puccini (Odeon 1943)


Georgette ("Géori") Boué (Toulouse, 16.10.1918 - 05.01.2017): Franse sopraan. Studeerde op het conservatorium van Toulouse bij Claude Jean.
1934: debuut in het Capitole de Toulouse, in kleine rollen
1939: debuut Opéra-Comique, Parijs, als Mimi
1942: debuut in het Palais Garnier, Parijs, als Marguerite (Faust).
1944: trouwde met de Franse bariton Roger Bourdin (1900-1973). 
Ze had een internationale carrière die haar naar landen als Spanje (Barcelona), Italië (Milaan), Mexico, Brazilië (Rio de Janeiro), Amerika (Chicago) en Rusland (Moskou) bracht.
1970: trok zich terug van het concertpodium.

Gustave Cloez (Quincy, 1890 - Parijs, 1970): Frans dirigent. Studeerde op het conservatorium in Parijs piano bij Charles-Wilfrid de Bériot en Lazare Lévy.
1922-1946: dirigent Opéra-Comique, Parijs
1955-1957: dirigent Grand Ballet du Marquis de Cuevas
Nam talloze Odeon-opnamen op als begeleider van o.a. Germaine Cernay, Emma Luart, Lily Pons, Ninon Vallin, David Devriès, Charles Friant, Roger Bourdin en André Pernet.


Giacomo Puccini:
1  "Madame Butterfly": Sur la mer calmée    4:06
2  "La Bohème": On m'appelle Mimi    4:12
Géori Boué, sopraan
Orkest o.l.v. Gustave Cloez
78t 30 cm: Odeon 123.871   xxP 7394-1 / xxP 7395-1
Opname Parijs, 02-06-1943

Download mp3

zaterdag 8 april 2017

John Harrison, tenor: Händel (Gramophone, 1905)


In deze post een erg versleten plaat uit 1905 van de Engelse tenor John Harrison, die in zijn tijd wel de Engelse Caruso werd genoemd, maar dat is toch iets teveel eer.
Het begin van de plaat is vol ruis, daar moet je even doorheen luisteren.

Een uitgebreide biografie over John Harrison (27.02.1868 - 19.03.1929) is hier te vinden.
John maakte platen vanaf december 1902 t/m 1920. In 1906 deed hij mee aan een complete opname van The Mikado. 


Georg Friedrich Händel - "Judas Maccabeus": Sound and alarm    3:10
John Harrison, tenor (+ orkest)
78t 30 cm: G&T Gramophone Monarch 02057   876f
Opname Londen, 16-03-1905 

Download mp3

donderdag 30 maart 2017

Josef Mann: Odeon (1919)

Josef Mann met Barbara Kemp

Josef Mann (Lemberg, 24.02.1883 - Berlijn 05.09.1921): tenor. Studeerde rechten en vestigde zich als advocaat in Lemberg. Daarna zangstudie bij Kicki.
1910: debuut opera van Lemberg
1911-1918: Wiener Volksoper
1918-1921: grote successen bij de Staatsoper Berlin.
Gastrollen bij de Wiener Staatsoper (1912, 1915, 1920), Staatsoper München (1921), Frankfurt a.M. en Boekarest.
Stierf op 5 september 1921 op het podium van de Berliner Staatsoper tijdens een voorstelling van Aïda, waardoor hij een contract met de Metropolitan niet meer kon nakomen.

Op mijn blog LPs Opera en Klassiek staat een LP van Josef Mann, waar 2 van mijn platen ook op staan. 

Helaas heb ik alleen deel 2 van de aria uit "Die Königin von Saba", maar toch aardig om dat deel te kunnen horen. Op de scan van het label is de handtekening van Josef Mann in de matrijs mooi te zien.



1  Karl Goldmark - "Die Königin von Saba": part 2: Aus klären Fluten    4:07
    78t 30 cm: Odeon LXX 80907   xxB 6393-3

2  Fromental Halévy - "La Juive": Recha, als Gott dich einst    4:24
    78t 30 cm: Odeon LXX 80911   xxB 6406-2

3  Giuseppe Verdi - "Aïda": Holde Aïda    4:37
    78t 30 cm: Odeon LXX 80915   xxB 6403-2

Opnamen 1919

Download mp3

dinsdag 21 maart 2017

Hans Hotter: Bach Cantate no.82 (Columbia, 1950)


Hans Hotter (Offenbach am Main, 19.01.1909 - Grünwald, 08.12.2003): Duitse bas-bariton. Studeerde bij Matthäus Roemer in München, werkte als organist en koordigirent.
1930: operadebuut in Troppau
1931: Breslau
1932-1934: Praag
1934-1935: Hamburg
1937-1972: München. 
Na de 2e wereldoorlog grote internationale carrière, m.n. als vertolker van Wagner en R. Strauss, ook een groot liederen-zanger. 

Anthony Bernard (25.01.1891 - 06.04.1961): onechte zoon van bandleider Thomas Bidgood. Dirigent, pianist, organist en componist. Hij richtte het Londen Chamber Orchestra op.

Prachtige vertolking van m.i. één van Bach's mooiste aria's: Schlummert ein, om te huilen zo mooi vind ik dat. Zo mooi gezongen door Hans Hotter. 
Het is vandaag (21 maart) Bach's geboortedag, dus om hem te eren post ik deze prachtige opname. Bach componeerde deze cantate in 1727.



Johann Sebastian Bach: Cantate no.82: "Ich habe genug" BWV 82    25:35

Aria: Ich habe genug
Recitativo: Ich habe genug
Aria: Schlummert ein, ihr matten Augen
Recitativo: Mein Gott! wenn kömmt das schöne: Nun!
Aria: Ich freue mich auf meinen Tod

Hans Hotter, bariton
Philharmonia Orchestra o.l.v. Anthony Bernard
Geraint Jones, orgel
Sidney Sutcliffe, hobo

78t 30 cm: Columbia LX 8719-21 (automatische koppeling)
CAX 10768-1; 10769-1A; 10771-1; 10772-1; 10773-1A; 10770-3
Opname Londen, Abbey Road, 22-03-1950