dinsdag 20 februari 2018

Marcella Röseler: "Lohengrin" (Grammophon)


Marcella Röseler (Berlijn, 21.06.1890 - Berlijn, 29.01.1957): Opgeleid aan het Stern's conservatorium in Berlijn. 
1910: debuut als Santuzza in "Cavalleria Rusticana" in Wiesbaden
1911: zong aan het Hoftheater, Kassel en dan tot 1918 aan het Hoftheater van Dessau, waar ze in 1914 zong in de oer-uitvoering van "Der heilige Berg" (Christian Sinding). 
Ze trouwde met de bas Rudolf Sollfrank (1883-1939), die lang in Dessau gezongen heeft, maar het huwelijk liep op een scheiding uit.
1919-1921: Breslau
1922-1923: Volksoper Berlijn
1923: tournee door Noord-Amerika met de German Opera Company
1923-1927: Metropolitan Opera New York
1928: terug naar Berlijn, Ze zong gastrollen in Wenen, Dresden, Hamburg, Städtische Oper Berlin, Opernhaus Leipzig. Ze zong ook vaak voor de radio. Zong ook in Nederland, België en Frankrijk.
Ze gaf zangles in Berlijn. Hildegard Knef (1925-2002) en Sebastian Hauser (1908-1986) waren o.a. leerlingen.


Marcella Röseler heeft akoestische platen opgenomen voor Polydor, Grammophon en Odeon, en elektrische voor Kristall, Ultraphon, Vox en Tri-Ergon.
Hier een 25 cm Grammophon opname die ik verder niet in de discografieën heb kunnen traceren. Het gaat om akoestische opnamen.


Richard Wagner - "Lohengrin":
1  Einsam in trüben Tagen   3:20
2  Euch Lüften, die mein Klagen   3:20
Marcella Röseler, sopraan
78t 25 cm: Grammophon 13037   943195/6   12821/2r


Download mp3

donderdag 15 februari 2018

Carl Burrian: Wagner, Leoncavallo, Weber (Grammophon, 1911)


Carl Burrian (ook bekend als Karel Burian) (Rousinov, 12.01.1870 - Senomaty, 25.09.1924): Tsjechische tenor. Zijn oudere broer Emil Burian was bariton, zijn oom Emil Frantisek Burian was componist. Studeerde aanvankelijk rechten, maar op aanraden van een professor switchte hij naar de zang. Had achtereenvolgens les van Franz Pivoda (Praag), en van Felix von Kraus (München)
1891: debuut in Brno
1892-1893: Reval (het huidige Tallinn)
1893-1894: Aken, zong wereldpremière van Aglaja, de eerste opera van Leo Blech.
1894-1896: Keulen. Zong in 1895 de wereldpremière van Sjula (Karl von Kaskel) en in 1896 van Elsie, die seltsame Magd (Arnold Mendelssohn)
1896-1898: Staatsoper Hannover
1898-1901: Staatsoper Hamburg
1898-1899: ook Staatsoper Berlin
1899-1902: Praag
1902-1911: Semperoper Dresden. Zong in 1905 de wereldpremière van Salome (R. Strauss)
1906-1913: Metropolitan New York
Was met name beroemd als heldentenor in zware Wagner-rollen. O.a. gastrollen in Wenen, Covent Garden (Londen, vanaf 1904) en Budapest.
1908: enige keer opgetreden in Bayreuth (als Parsifal)
In 1920 dronk hij per ongeluk bleekwater (hij dacht dat het mineraalwater was) en verbrandde keel en strottenhoofd. Zijn stem herstelde maar ten dele. Zijn laatste optredens waren in het Nationaal Theater van Praag in 1922.
Hij was getrouwd met de sopraan Franziska Telinók, die ook bij de opera van Dresden onder contract stond. 

Hij nam platen op: 
tussen 1906 en 1911  70 titels)voor G&T / Gramophone;
ca. 1913  6 titels voor Pathé
1913  1 opname voor Parlophon.



Carl Burrian, tenor, met orkest:

1  Wagner - "Lohengrin": Atmest du nicht mit mir die süssen Düfte    2:41
2  Leoncavallo - "Bajazzo": Lache Bajazzo    2:40
78t 25 cm: Grammophon 61690  4-42471/2   15510b / 15508b
Opname Praag, 01.07.1911

3  Weber - "Der Freischütz": Durch die Wälder, durch die Auen    3:03
4  Weber - "Der Freischütz": Jetzt ist wohl ihr Fenster offen    2:46
78t 25 cm: Grammophon 61692   4-42475/6   15555b / 15554b
Opname Praag, 06.07.1911

Download mp3

woensdag 7 februari 2018

Meta Seinemeyer: Verdi (Parlophon, 1926)


Meta Seinemeyer (Berlijn, 05.09.1895 - Dresden, 19.08.1929): Duitse sopraan. Studeerde aan het Stern'sches Konservatorium bij Nikolaus Rothmühl en Ernst Grenzebach.
1918: debuut aan de Berlin-Charlottenburg Opera in La belle Hélène (Offenbach).
1918-1924: verbonden aan de Berlin-Charlottenburg Opera
1919: maakte haar eerste plaatopname voor Artiphon
1923: van januari tot april tournee door de Verenigde Staten met de German Opera Company, met zangers als Jacques Urlus, Friedrich Schorr, Alexander Kipnis, Ottilie Metzger, met Leo Blech en Eduard Mörike als dirigenten.
1924-1929: Dresden Staatsoper
1926: zong in het Teatro Colón, Buenos Aires
1927: gastoptredens aan de Wiener Staatsoper als Tosca en Aïda, en in Berlijn als Leonora (La forza del destino)
1929: 5 gastoptredens in Covent Garden. Ze stierf op 19 augustus aan de gevolgen van leukemie. Op haar sterfbed trouwde ze met de dirigent Frieder Weissmann (1893-1984).



Meta Seinemeyer heeft in 1919 3 opnamen gemaakt voor Artiphone. In de periode 1925-1929 maakte ze 89 uitgebrachte opnamen voor Parlophon.



Deze 78t. Parlophon uit 1926 is akoestisch opgenomen, ondanks dat Columbia en HMV al elektrische opnamen (met microfoon opgenomen i.p.v. met akoestische hoorn) uitgebracht hadden.
De plaat is in matige conditie, we moeten wat tikken voor lief nemen - dit is voor mij het hoogst haalbare w.b. bewerking, met behoud van de juiste klank.



Giuseppe Verdi - "La forza del destino":
1  Hier bin ich, dank dem Himmel    4:06
2  Friede, friede    4:13
Meta Seinemeyer, sopraan
Orchester Staatsoper Berlin o.l.v. Frieder Weissmann
78t 30 cm: Parlophon P.2168-I/II   2-8579 / 2-8580
Opname Berlijn, 11.02.1926

Download mp3

donderdag 1 februari 2018

Toti dal Monte: Rossini, Mozart (HMV, 1924)


Toti dal Monte was een pseudoniem van Antonietta Meneghel (Mogliano Veneto, 27.06.1893 - Pieve di Soligo, 26.01.1975): Italiaanse sopraan. Wilde aanvankelijk pianiste worden, gaf dat op na een handblessure. Ze studeerde bij de alt Barbara Marchisio en componist Antonio Pini-Corsi. 
1916: debuut in La Scala, Milaan als Biancafiore (Francesca da Rimini, Riccardo Zandonai).
Zong daarna in kleinere Italiaanse theaters, gaf concerten. Groot succes in Turijn als soliste in de 9e symfonie van Beethoven onder Toscanini. Zij werd Toscanini's favoriete sopraan.
1922: groot succes als Gilda in La Scala. Zong sindsdien in de Scala, in Teatro Regio (Rome), en in Teatro San Carlo (Napels).
1924-1928: Chicago Civic Opera 
1924-1925: Metropolitan, New York.
1925: gastrollen in Covent Garden, Londen.
Ook triomfen in de Opéra (Parijs), Teatro Colón (Buenos Aires), Madrid, Barcelona, Berlijn, Lissabon, Wenen.
Ze maakte  deel uit van het Italiaanse operagezelschap van Nellie Melba, die een tournee maakte door Australië. De dames konden goed met elkaar overweg.
1928-1932: huwelijk in Sydney met tenor Enzo de Muro Lomanto. Dat gaf een rel omdat ze de fascistengroet brachten op de trappen van St. Mary's Cathedral. Ze kregen een dochter, Marina Dolfin (1930-2007). 
1929: wereldpremière in La Scala van Il Re (Umberto Giordani) in de rol van Rosalina, speciaal geschreven voor haar.
Haar belangrijkste opname is een complete Madame Butterfly uit 1939, met Beniamino Gigli als Pinkerton. Haar vertolking van Cio-Cio-San wordt door velen als de mooiste beschouwd.
Na de tweede wereldoorlog trad ze minder op als zangeres, nog wel in 1949 bij het festival van Verona. Wijdde zich ook aan het lesgeven in Milaan, Venetië, Rome en de USSR.
1962: "Una voce nel mondo", haar autobiografie.

In de periode 1939-1970 trad ze op als actrice in films:
1939: Il carnevale di Venezia
1943: Gli assi della risata (ze zingt Ciribiribin)
1944: Fiori d'arancio
1950: Il vedovo allegro
1954: Cuore di Mamma
1969: Oliver Cromwell: ritratto di un dittatore (TV film)

1970: Anonimo veneziano
Toti dal Monte heeft in de periode 1924-1941 opnamen gemaakt voor HMV en Victor.

Twee prachtige akoestische opnamen van Toti dal Monte uit 1924!



1  Rossini - "Guglielmo Tell": Selva opaca    3:47
2  Mozart - "Le nozze di Figaro": Deh vieni, non tardar    4:00
Toti dal Monte, sopraan; orkest o.l.v. Josef Pasternack
78t 30 cm: HMV DB 831   (2-053238/9)   C-31271-2 / C-31272-2
Opname Camden, N.J., 09/10.12.1924

Download mp3

zondag 28 januari 2018

Jean Noté: Goublier (G&T, 1903)


Jean Noté (Tournai [Doornik], 06.05.1859 - Brussel, 01.04.1922): Belgische bariton. Werkte eerst bij de Spoorwegen. Zijn stem werd tijdens zijn militaire diensttijd ontdekt. In zijn dienstperiode bracht hij het overigens tot kolonel. Een beschermheer financierde zijn opleiding aan het conservatorium in Gent. Enkele hoogtepunten:
1883: eerste concert in Gent
1884: slaagde voor het conservatorium met Premier Prix voor zingen en lyrische declamatie
1885: debuut als operazanger aan de opera van Lille
1886: opera Gent
1887-1889: Théâtre Royal, Antwerpen
1888-1893: Opéra National, Lyon
1887-1893: Munttheater, Brussel
1893-1922: eerste bariton Grand Opéra, Parijs, met veel succes
1908-1909: Metropolitan New York
Gastrollen in Covent Garden Londen, Berliner Hofoper.
Ook succesvol als concertzanger.

Jean Noté heeft veel opnamen gemaakt voor een groot aantal labels: voor Berliner (1899), Pathé (1902; 1910-12; 1917-18) Columbia (wasrollen, ca. 1903), G&T (1902-1906), Dutreigh, Odeon (ca. 1904-06), Edison (wasrollen), Lyrophon (1905), Favorite (1906), Eden (ca. 1906), A.P.G.A. (ca. 1906), Homophone (ca. 1906), Beka-Idéal (1906-07), Anker, Kosmos, Chantal.

Hier zien we hem in een vroege "Soundie" uit 1907 met de Marseillaise!



Zoek rechts bij de labels naar opnamen op het label Chantal van deze bariton. 
Deze post behelst een G&T uit 1903. Ik weet niet of de snelheid correct is, zowel de piano als de stem klinken me zo vrij natuurlijk in de oren, dus veel zal het niet schelen denk ik. Leuk om zo'n echt oude opname te horen. De plaat is knap versleten, dus kritische luisteraars kunnen deze post beter overslaan.



Gustave Goublier: Le crédo du paysan    2:22
Jean Noté, bariton (+ pianobegeleiding)
78t 25 cm: Gramophone & Typewriter GC-2-32576   2011F
Opname Parijs, 1903

Download mp3

woensdag 24 januari 2018

Clara Butt 6: Columbia, 1927


Oplettende bloglezertjes weten dat ik een groot zwak heb voor de Engelse alt Clara Butt. En niet alleen om de anecdote van Sir Thomas Beecham, die zei dat je haar over het Kanaal (richting Frankrijk) kon horen, op een heldere dag...
Een dijk van een stem, en een stijl van zingen die je niet meer hoort. Een warme, zeer krachtige alt. Heel Engeland liep over van trots als zij Land of hope and glory vertolkte.
Victoriaanser kan het niet.
Ze zong veel religieuze liederen, een beetje opera, en een aantal ballads (smartlappen). Waar onder deze twee, opgenomen in haar nadagen, maar wat heerlijk om haar stem in elektrische opnamen (dus met microfoon) te kunnen horen. Helder, prachtig!



Clara Butt (01.02.1872 - 23.01.1936): Engelse alt. Studeerde aan het Royal College of Music, daarna in Parijs bij Jacques Bouhy (1848-1929), leraar van Louise Homer en Louise Kirkby-Lunn. Studeerde daarna in Berlijn bij de sopraan Etelka Gerster (1855-1920). 
Debuut in Londen december 1892 met de cantate The Golden Legend van Sullivan. 
Grote carrière in Engeland als oratorium- en liedzangeres. Ze had overigens drie zussen die ook zangeres werden. Ze was een imposante verschijning, 1:88 meter lang.
Elgar componeerde zijn cyclus Sea pictures met Clara Butt in gedachten en zij zong de première op 5 oktober 1899 met Elgar zelf als dirigent. 
Ze heeft gezongen voor Koningin Victoria, Koning Edward VII en Koning George V. 
Werd "Dame" in 1920. 
Ze trouwde in 1900 met bariton Kennerly Rumford (1870-1957). Ze kregen 2 zonen en 1 dochter. De oudste zoon stierf aan hersenvliesontsteking, de jongste zoon pleegde zelfmoord. Zelf kreeg ze kanker, maakte haar laatste platen zittend in een rolstoel. 
Ze was diep gelovig, zoals ook uit haar repertoirekeuze blijkt.

Clara Butt maakte veel opnamen, 1 Berliner in 1899, daarna HMV (1909-1915), en Columbia (1915-1921; 1926-1927, 1929-1931). 



1  Daddy (Behrend)    3:41
    Opname Londen, 15.11.1927
2  Love's old sweet song (Molloy)    3:40
    Opname Londen, 14.09.1927
Clara Butt, alt (+ piano)
78t 30 cm: Columbia 7314R   (W)AX 3058-3 / (W)AX 3059-1

Download mp3

zaterdag 20 januari 2018

Maria Ivogün 3: HMV, 1932-1933


Maria Ivogün (Budapest, 18.11.1891 - Beatenberg, 03.10.1987), coloratuursopraan, eigenlijke naam Ilse Kempner. Bracht haar jeugd door in Zürich. Opgeleid in Wenen. Haar artiestennaam is een samenvoeging van de naam van haar moeder, de operettezangeres Ida voGünther. 
Debuut in 1913 onder Bruno Walter. Coloratuursopraan die m.n. excelleerde in de rol als Koningin van de Nacht uit Die Zauberflöte van Mozart. 
1925-1932: Staatsoper Berlin. 


Maria Ivogün als Zerbinetta

Gastrollen in Milaan, Wenen, Londen, Chicago, New York.
Wegens een oogziekte moest ze haar carrière stoppen in 1932.
Van 1921-1932 was ze getrouwd met de tenor Karl Erb (1877-1958). 
In 1933 hertrouwde ze met haar pianobegeleider Michael Raucheisen (1889-1984), met wie ze vanaf 1958 in Zwitserland ging wonen.
Ze was een belangrijke docente: o.a. Elisabeth Schwarzkopf, Rita Streich, Evelyn Lear en Renate Holm waren haar leerlingen.



Maria Ivogün, sopraan
Orkest Staatsoper, Berlijn o.l.v. Leo Blech

1  Richard Strauss- "Ariadne auf Naxos": Großmächtige Prinzessin    8:51
    HMV DB 4405   (62-4710/11)   2D 391-5 / 2D 392-4
    Opname Berlijn, 04.06.1932

2  Johann Strauss II: An der schönen blauen Donau    4:25
    Opname Berlijn, 24.10.1932
3  Johann Strauss II - "Die Fledermaus": Czardas: Klänge der Heimat    4:08
    Opname Berlijn, 01.02.1933
    HMV DB 4412   (62-4724/27)   2D 1198-1 / 2D 1205-3

Download mp3